Inhalatietherapie voor astma en COPD

Een patiënt met astma of COPD kan moeilijker ademen omdat de luchtwegen vernauwen. Om de klachten te verhelpen zijn er twee verschillende soorten geneesmiddelen:

  • geneesmiddelen die de luchtwegen openzetten: deze werken snel maar kort, vb. Ventolin of Duovent.
  • geneesmiddelen die de ontstekingsreactie ter hoogte van de luchtwegen verminderen (inhalatiecorticoïden): deze werken pas optimaal na een aantal dagen en moeten dus dagelijks als onderhoud gebruikt worden, vb. Flixotide of Pulmicort.

Beide geneesmiddelen worden toegediend via een inhalator. Hierdoor komen ze direct in de longen terecht, werken ze sneller en is er minder kans op bijwerkingen.

Voor een goede en volledige werking van het geneesmiddel is een correcte inhalatietechniek vereist. In sommige gevallen dient de mond nadien ook nog gespoeld te worden met water om irritaties ter hoogte van de keel te vermijden (vnl bij de inhalatiecorticoïden).

Er zijn verschillende soorten inhalatoren:

Diskus – vb. Flixotide, Seretide, Serevent

Doseeraerosol – vb. Ventolin, Atrovent, Duovent, Flixotide, Seretide, Serevent

Doseersaerosol met voorzetkamer

Turbohaler – vb. Pulmicort, Symbicort, Rhinocort

Nexthaler – vb. Inuvair

Easyhaler – vb. Bufomix

Ellipta – vb. Relvar

Handihaler – vb. Spiriva

Breezehaler – vb. Seebri, Ultibro

Novolizer – vb. Budesonide, Formoterol, Salbutamol

Aerolizer – vb. Miflonide

Respimat – vb. Spiriva